“Wil je een nootje proeven? Een groen nootje.” De peuters die, onder begeleiding, in de wijktuin wandelden en rond keken, antwoordden direct ‘ja’ door hun hand uit te steken. En het groene nootje smaakte lekker, zag ik aan hun gezicht. Het was een tuinboontje, maar het noemen van die naam wekt zelden enthousiasme, heb ik gemerkt. Bij ouderen dan, kinderen weten nog van niks. Een dubbel gedopt tuinboontje kan rauw worden gegeten. Of kort gekookt. Het schoonmaken is gepriegel, maar het loont. Ik heb me laten vertellen dat in de Marokkaanse keuken tuinbonen met huid en haar worden bereid. Hoe dat smaakt?, geen idee. Maar het scheelt vast een hoop werk! Kom naar de wijktuin voor de tuinbonen, er zijn er nog.